Almachtige God weet uiteraard dat al de profeten die Hij schiep, oprechte gelovigen waren met een verheven moraliteit; Hij is Degene Die hen met een ware diepgang en een oprecht geloof schiep. Ondanks het feit dat God hen koos als verheven en voortreffelijke dienaren, werden profeten gedurende heel hun leven getest met zeer zware beproevingen. Moeilijkheden zijn een prachtig middel waardoor mensen zullen getuigen van hun oprechtheid en hun verheven moraliteit als voorbeeld zullen nemen, waardoor de profeten hun liefde en nabijheid tot God vermeerderen en in het Hiernamaals vele malen mooier zullen zijn.

Dit zwaar beproevingsmilieu wordt beschreven door middel van de verhalen die verkondigd worden in de verzen van de Koran. Toen de profeet Mozes (as), ondanks het leger van de farao, aan de kust van de zee geraakte, leek het dat er geen uitweg was. Degenen die de oneindige macht van God niet konden waarderen, zeiden “ze hebben ons gevangen”, maar de profeet Mozes (as) zei, zoals geopenbaard in de Koran, "In geen geval! Mijn Heer is met mij. Hij zal mij leiden." (Soera asj-Sjoaraa, 62).

De profeet Jonas (as) richtte zich tot God tijdens de moeilijke tijden dat hij gevangen zat in de buik van de vis en, zoals vermeld wordt in een vers, “...hij aanriep (God) terwijl hij misnoegd was.” (Soera al-Qalam, 48) De profeet Jonas (as) die zich bij deze zware beproeving, van harte naar God wendde, werd dankzij de genade en mededogen van Onze Heer, gered uit de buik van de vis en daarna werd hij als een profeet gestuurd naar een gemeenschap. Deze moeilijke beproeving van de profeet Jonas (as) wordt in de Koran als volgt verteld:

En Jonas was voorzeker ook een der boodschappers.
Toen hij in het geladen schip vluchtte,
En hij lootte en werd (overboord) geworpen.
Een grote vis slokte hem op terwijl hij zelfverwijt had.
Indien hij niet behoorde tot hen die Ons verheerlijken,
Dan zou hij in diens buik zijn gebleven tot de Dag der Opstanding.
Wij wierpen hem op een kaal strand terwijl hij ziek was.
En Wij lieten een pompoen voor hem opgroeien.
En Wij zonden hem als boodschapper tot honderdduizend of meer mensen.
En zij geloofden, daarom gaven Wij hun voor een korte tijd de voorziening (van dit leven). (Soera as-Saffat, 139-148)

Toen onze Heilige Profeet (vzmh) tijdens een oorlog samen zijn groep langs twee kanten aangevallen werd door de heidenen, leek er geen ontsnappen aan. Dit was de dag van een moeilijke test. Tezelfdertijd was dit een heel speciale beproeving waarbij de oprechte gelovigen die hartstochtelijk in God geloofden, die met heel hun hart vertrouwden in de hulp van God, die Hem omhelsden en op Hem steunden, sterk bleven. Degenen die God niet konden waarderen zoals het hoort en de huichelaars verloren meteen de hoop op Zijn genade en waren onzinnigheden beginnen veronderstellen. Onze Almachtige Heer heeft deze moeilijke gebeurtenis in een vers als volgt beschreven:

Toen zij over u kwamen van boven en van beneden, en toen uw ogen staarden en het hart in de keel klopte, en gij over God allerlei gedachten koesterde. Toen werden de gelovigen beproefd en zij werden hevig geschokt.

En toen de huichelaars en zij in wier hart een ziekte is, zeiden: "Wat God en Zijn boodschapper ons beloofden was slechts bedrog." En toen een gedeelte van hen zei: "O volk van Jasrab (Madinah), gij kunt hier geen stand houden, keert daarom terug." En een gedeelte vroeg zelfs om toestemming van de Profeet, zeggende: "Onze huizen staan aan de vijand bloot." Deze waren echter niet blootgesteld, zij wensten slechts te vluchten.
(Soera al-Ahzaab, 10-13)

In zo’n moeilijke situatie zagen Onze Profeet (vzmh) en de ware gelovigen bij hem, zeker van de hulp en ondersteuning van God en bezinnend, in dat dit was wat Onze Almachtige Heer beloofde en spraken een dankgebed uit. Almachtige God openbaart in Zijn verzen:

En toen de gelovigen de scharen zagen, zeiden zij: "Dit is wat God en Zijn boodschapper ons beloofden; en God en Zijn boodschapper spraken de waarheid." En dit vermeerderde slechts hun geloof en deed hun onderwerping toenemen. (Soera al-Ahzaab, 22)

Zoals Onze Heer geopenbaard heeft in een vers;“God weerhield de ongelovigen in hun woede; zij verwierven geen voordeel. En God was toereikend (als Beschermer) voor de gelovigen in de slag. God is Sterk, Almachtig.” (Soera al-Ahzaab, 25)

In het leven van de profeet Yusuf (as) waren er ook zeer grote beproevingen en moeilijkheden. Dat hij valselijk beschuldigd werd en dat hij jarenlang achtergelaten werd in de kerker, waren natuurlijk moeilijke beproevingen. Maar een van de grootste beproevingen die hij voor de goedkeuring door God, dapper en met enthousiasme doorstond, is het incident dat hij op jonge leeftijd in een waterput werd gegooid door zijn broers en in deze donkere plaats op de redding bleef wachten. Als er geen karavaan de waterput zou gepasseerd zijn toen hij erin zat, als deze karavaan niet beslist zou hebben om water uit de put te halen, zou hij daar na moeilijke dagen een martelaar worden. Maar ongetwijfeld gebeurt alles volgens Gods wil. God schiep de profeet Yusuf (as) als een waardevolle, verheven en gezegende profeet en bepaalde zijn verlossing op de mooiste manier in het lot.

De profeet Lot (as) streed tegen de zware druk van een pervers volks, de profeet Job (as) toonde standvastigheid tegen de hevige ziekten en fysieke problemen die hij doormaakte, de profeet Aaron (as) probeerde het heidens volk dat hem ontkende, te overtuigen, de profeet Johannes (as) werd een martelaar gemaakt door de onhandelbare ontkenners van zijn tijd en de profeet Jezus (as) streed tegen de valstrikken van de huichelaars. Deze gezegende profeet werden elk onderworpen aan een grote beproeving. De moslims die de profeet volgden, kregen ook te kampen met dezelfde problemen. De mensen die begonnen te geloven na het zien van de bewijzen die God had geschonken aan de profeet Mozes (as), wisten hierbij dat de farao daarvoor hun handen en voeten dwars zou doorsnijden en hen zou vermoorden. De Metgezellen van onze Profeet (vzmh) streden tegen de ontkenners die hen dwongen hun land te verlaten, hen ongelooflijk martelden en hen zelfs martelaren probeerden te maken. Toen de moslims in de vuurgroeven gegooid werden door een groep ontkenners, doormaakten ze ook deze moeilijke test. Almachtige God openbaart de toestand van de gelovigen die in de vuurgroeven gegooid werden als volgt:

Vervloekt zijn degenen die groeven maakten -
Daarin vuur stookten –
Ziet! Zij zaten er bij,
En waren getuigen van wat zij de gelovigen aandeden.
En zij wreekten zich slechts op hen omdat zij in God geloofden, de Almachtige, de Geprezene.
Aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort; en God is Getuige van alle dingen.
En zij, die de gelovige mannen en vrouwen vervolgen en dan geen berouw hebben, voor hen is de straf der hel, en hen wacht de straf van het branden. (Soera el-Boroej, 4-10)

Natuurlijk schept Almachtige God de profeten en de moslims speciaal schept als oprechte gelovigen die gemeenschappen waarschuwen, zich naar Hem toe keren, van Hem meer dan van alles houden en enkel voor Zijn goedkeuring leven. Hij heeft hen voor het Paradijs geschapen. Maar desondanks werden ze op aarde zwaar beproefd. Hier zit een geheim achter. De beproeving en de moeilijkheden die ze met zich meebrengt, zijn een indicator voor verhevenheid, liefde, opoffering en een diepe, hartstochtelijke verbondenheid met en liefde voor God. De profeten vermeerderen hun schoonheid met schoonheid met het geduld, de juistheid, de opoffering, de standvastigheid, de loyaliteit en de goede moraliteit die ze toonden voor God. Een van de principes die hen in het Paradijs het waardevolste zal maken, is deze mooie moraliteit die ze betonen, de verheven en waardevolle contemplatie en geduld dat ze tonen bij het tegenkomen van moeilijkheden. Almachtige God heeft dit zwaar beproevingsmilieu geschapen om hun verhevenheid en hun verbondenheid en liefde voor Hem aan ons en ook aan henzelf te tonen. Eerbiedwaardige God helpt de gelovigen ongetwijfeld steeds, Hij beschermt hen en Hij is steeds bij hen. Daarom is het zeer waardevol dat gelovigen dit in moeilijke omstandigheden weten en vertrouwen leggen in Hem. Zowel de profeten als de gelovigen die hen volgen, zullen in het Hiernamaals, waar ze hun eeuwig leven zullen beginnen, ongetwijfeld de beloning voor dit mooi geduld op de mooiste manier krijgen. Almachtige God openbaart in zijn verzen:

Dit zijn diegenen die beloond zullen worden met de hoogste plaats (in het paradijs) - omdat zij standvastig waren - waar zij zullen worden ontvangen met begroeting en vrede. Daarin zullen zij verblijven; uitstekend is dit als verblijf en als rustplaats. (Soera el-Forqaan, 75-76)


Het Bestaan van de test is een Grote Zegen voor de Oprechte Moslims

Het bestaan van God is overduidelijk. Wie zegt dat hij het bestaan van God ontkent, liegt. De bewijzen van het verheven bestaan van God zijn overal. Het is onmogelijk dat iemand ondanks deze duidelijke bewijzen, het wonderlijk Eerbiedwaardig Bestaan van Almachtige God, Wiens Bestaan en Macht overduidelijk zijn, niet kan inzien.

De mens, de cel, het licht, het atoom, de aarde, de planeten en zelfs één enkel luciferhoutje zijn bewijzen van deze grootse en prachtige schepping. Dit kan niet worden ontkend. De reden waarom sommige mensen in een toestand van achteloosheid tegenover God zijn, is niet omdat ze het overduidelijk bestaan van God niet doorhebben. Wat deze mensen moeilijk vinden en wat hen belet zich te onderwerpen aan God, is het bestaan van de test en het feit dat ze het geheim achter hun beproevingen niet kunnen bevatten. Het bestaan van de test intimideert hen en de moeilijkheid van de test overhaalt hen om geen dienaar te worden die goedgekeurd wordt door God. Anders weet iedereen zeer goed dat ze voor God moeten leven. Eerbiedwaardige God openbaart het volgende in een vers:

En zij verwierpen deze onrechtvaardig en aanmatigend terwijl hun zielen er van overtuigd waren. Ziet, hoe kwaad het einde was van de onruststokers. (Soera an-Naml, 14)
    
Alle mensen weten in hun goede geweten dat God bestaat en dat ze voor Hem moeten leven. Maar een deel van hen zijn verward en twijfelen door het bestaan van de test. Een groep die meeging met de profeet Mozes (as), zeiden bij het meemaken van een moeilijkheid: "O, Mozes, wij zullen er stellig niet binnengaan zolang zij er in zijn. Gaat gij en uw Heer en strijdt - wij blijven hier zitten." (Soera al-Maidah, 24) Dit was omdat ze hun eigen lust verkozen boven het doorstaan van moeilijkheden voor God.

Maar in de Koran wordt de juiste houding die de oprechte moslims aannamen tegen de groepen ontkenners die samenkwamen om aan te vallen, als volgt vermeld:

En toen de mensen tot hen zeiden: "De volkeren hebben zich tegen u verzameld, vreest hen daarom," vermeerderde dit hun geloof en zij antwoordden: "God is ons genoeg en Hij is een uitstekende Beschermer." (Soera el-Imraan, 173)
    
De houding van een moslim die zich van harte heeft overgegeven aan God, is zoals het verteld wordt in het vers: "Zij die, wanneer een rampspoed hen achterhaalt, zeggen: "Voorzeker, wij zijn van God en tot Hem zullen wij weerkeren." (Soera el-Baqarah, 156) Almachtige God heeft in zijn verzen vermeld dat juistheid en goedheid mogelijk zullen zijn door het uitvoeren van de verantwoordelijkheden die gebracht zijn door de test en het beleven van goede morele waarden zoals loyaliteit, geduld en opoffering:

Het is geen deugd, dat je jouw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in God, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft uit liefde voor Hem aan de verwanten, de wezen, de armen, de reiziger, de bedelaars en voor het vrijkopen van slaven en die het gebed onderhoudt en de Zakaat betaalt; verder in degenen, die hun belofte nakomen, wanneer zij een belofte doen en de geduldigen in armoede, in kwellingen en in oorlogstijd; dezen zijn het, die bewezen hebben, waarachtig te zijn en dezen zijn vromen. (Soera el-Baqarah, 177)

Aan achteloze samenlevingen werden moeilijkheden ook steeds met een speciale wijsheid en reden gegeven. Sommige mensen vertonen als ze in welvaart en gemak zijn, de neiging om zich te concentreren op hun eigen zaken en wereldlijke bezigheden en om God te vergeten. Deze mensen veronderstellen dat eens ze over de middelen beschikken en welvarend worden, dat er hen niets zal overkomen; ze denken dat ze een eigen macht bezitten. Onze Heer beproeft de groepen die, ondanks het feit dat ze gewaarschuwd zijn, door hun welvaart in een toestand van achteloosheid verkeren, die zichzelf als onoverwinnelijk en machtig beschouwen, die een onterechte hoogmoed en arrogantie tonen tegen God en het zelfs wagen om God te ontkennen met moeilijkheden, zodat ze de juiste weg zouden vinden, hun fouten zouden inzien en zich zouden herinneren dat enkel Almachtige God macht bezit. God heeft deze waarheid verkondigd in een vers:

Wij zonden inderdaad tot de volkeren die vóór u waren, (een profeet) toen troffen Wij hen (die volkeren) met armoede en tegenspoed opdat zij zich mochten verootmoedigen. (Soera el-Anaam, 42)

De beproeving met moeilijkheden is uiteraard een zeer grote en krachtige om dat te laten herinneren aan deze achteloze groepen. Almachtige God openbaart de toestand van een achteloze groep die gevangen zat in een boot die omgeven was door golven:

Hij is het, Die u in staat stelt door het land en op zee te reizen, totdat, wanneer je op de schepen zijt en zij met een mooie bries varen en (de opvarenden) er zich in verheugen, hen een geweldige wind achterhaalt en de golven van alle zijden over hen komen en zij overtuigd zijn dat zij verloren zijn; dan roepen zij God in oprechte aanbidding aan: "Als Gij ons hiervan redt, zullen wij zeker tot de dankbaren behoren." (Soera Yunus, 22)

Hier komt het geheim achter de beproevingen tevoorschijn. Deze mensen die terwijl ze omgeven zijn door golven, de kortheid van het aardse leven beseffen, zich herinneren dat alle macht enkel aan God toebehoort en er niet meer aan twijfelen dat ze zich zonder meer naar God moeten wenden, keren, wanneer deze moeilijkheden opgeheven zijn, terug naar hun oude achteloosheid. God heeft dit vermeld in een vers:

Maar wanneer Hij hen heeft gered, ziet, beginnen zij ten onrechte een opstand in het land te ontketenen. O, gij mensen, voorzeker uw opstand keert zich slechts tegen u zelf. Thans geniet je het genoegen van het tegenwoordige leven. Daarna zal uw terugkeer tot Ons zijn en Wij zullen u inlichten over hetgeen je deed. (Soera Yunus, 23)

Alle mensen weten in hun goede geweten zeer goed wat ze moeten doen. Ze zijn zich elk bewust van het feit dat ze een trouwe dienaar van God moeten zijn en dat ze alles moeten doen om Gods goedkeuring te zoeken. De reden waarom sommige mensen op deze wereld trachten te doen alsof ze de eerbiedwaardige macht van God niet begrijpen en hun geweten proberen te kalmeren, is omdat ze willen leven volgens hun aardse verlangens. Maar de mensen mogen zo hard als ze willen, proberen doen alsof ze niet doorhebben dat ze worden getest; dat zal niets veranderen aan het feit dat ze worden getest. Zolang ze hun geweten niet gehoorzamen, zal het leven volgens de aardse verlangens hen nooit maar nooit het genot en het gevoel van voldaanheid geven waar ze naar op zoek zijn. Ze zullen het valse geluk die ze zoeken in het aardse leven nooit kunnen vinden. Deze mensen kunnen niet waarderen dat God degene is die het genot, vreugde, geluk en plezier schenkt. Voor iemand die God vergeten is en geweigerd heeft om zich over te geven aan God, is het uiteraard onmogelijk om met een gerust geweten, vreugdig en gelukkig te leven. Dit is de waarheid die niet begrepen wordt door de mensen die zichzelf bedriegen dat ze het bestaan van de beproeving niet zien.

Hoe Zou een Wereld Zonder Beproeving Zijn?

In een plaats waar geen beproeving zou zijn, zouden de schoonheden die de mens tot een mens maken, meteen verdwijnen. De mooie morele waarden en de schoonheden zoals opoffering, trouw, geduld, liefde, compassie, respect, solidariteit, vriendschap, zouden ineens hun betekenis verliezen. Het zou onnodig geacht worden om te concurreren in goede daden, om elkaar te overtreffen in goedheid en om elkaars persoon belangrijker te zien dan eigen persoon. Net zoals de daden niets meer zouden betekenen, zouden de mens en zijn leven ook niets meer betekenen.

De enige reden waarom de mens met een mooie bezinning reageert op de aardse beproeving, is zijn diepe liefde voor God. Als er geen beproeving zou zijn, als er geen liefde voor God zou zijn, zou alles vlak zijn. Omdat alle morele waarden waarvan de mens geniet, zouden verdwijnen, zou hij veranderen in een raar schepsel dat geen doel heeft buiten eten, drinken en slapen, dat geen verwachtingen heeft van het leven en die noch kan genieten van het werk dat het verricht, noch van het leven dat het lijdt. Dat leven bezit exact de valse levensopvatting die de darwinisten jarenlang trachten op te leggen. In een doelloze wereld waar de mens niet beproefd zou worden en waar dus alle morele waarden hun betekenis zouden verliezen, zou de mens, net zoals de darwinisten beweren, in een organisme veranderen dat niet verschilt van een dier en hij zou zich net zoals de dieren gedragen. Als in deze wereld de inspanningen die geleverd worden voor God zouden verdwijnen, zou enkel de levensstrijd van dit organisme overblijven.

Hier is het nuttig om het volgende te laten herinneren: Zelfs dieren hebben een opvatting van compassie, liefde, loyaliteit, liefde, opoffering en solidariteit die hen geïnspireerd wordt door God. Dus op een plaats waar geen beproeving zou zijn, zouden de mensen die doelloos leven en al deze waarden hebben verloren, nog lager worden dan dieren. Almachtige God heeft in Zijn verzen geopenbaard dat ontkenners die hun eigen persoon verafgoden, verder afgedwaald zijn dan dieren:

Denk je dat de meesten hunner horen of begrijpen? Zij zijn slechts als vee - neen, zij zijn verder afgedwaald. (Soera el-Forqaan, 44)

Wat een deel van de mensen niet begrijpen, is het volgende: Het bestaan van de beproeving maakt de mens waardevol. We gaan in het Hiernamaals veel houden van mensen die voor Gods goedkeuring, geduld getoond hebben bij moeilijkheden, omwille van deze mooie eigenschap. Omdat de profeten op de moeilijkheden gereageerd hebben zoals God het wil, stijgt hun waarde vele malen. Een persoon die beproevingen doorstaat voor God, wordt mooier. Iemand die, bij welke toestand ook, een goede moraliteit betoont voor God, wordt geliefd en zijn mooie verblijfplaats in het Hiernamaals wordt nog mooier. Een mens die ondanks het feit dat zijn karakter op zo’n manier geschapen is dat hij open staat voor zelfzuchtige lusten en jaloezie, God vreest en niet aan egoïsme of jaloezie doet, die de moslims als belangrijker dan zichzelf acht, die zijn gebreken tegenover God kent, wordt bekend en geliefd om deze eigenschappen. Deze persoon zal ook in het Hiernamaals steeds gekend zijn om deze eigenschappen.

Onze Heer ziet de mens als superieur omwille van het verheven geduld, standvastigheid en karakter dat hij bij de beproeving heeft getoond. De mens is waardig bij Onze Heer omdat hij op aarde, ondanks alle moeilijkheden, hevige ziekten en zijn egoïstische lusten, deze doorzetting toonde voor God en omdat hij op dit alles reageerde met een mooi geduld en verheven moraliteit.

Dit getoonde geduld en karakter zullen een mooie versiering zijn van het Paradijs. Want het Paradijs kan enkel verdiend worden met het mooi geduld dat getoond werd voor de goedkeuring door God en met liefde voor God. Almachtige God heeft in zijn verzen geopenbaard:

Denk je, dat je het paradijs mag binnengaan, terwijl God degenen uwer die strijden en standvastig zijn nog niet heeft onderscheiden? (Soera el-Imraan, 142)

Dit belangrijk feit mag ook niet vergeten worden. Almachtige God die zware beproevingen speciaal voor de mens schept, heeft uiteraard ook het geduld en de verlossing van deze moeilijkheden geschapen. Een van de geheimen die ons in de Koran meegedeeld worden door Onze Almachtige Heer, is dat niemand beproefd zal worden boven zijn vermogen:

God belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. "Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout hebben begaan, Heer, en belast ons niet, zoals jij degenen, die vóór ons waren hebt belast; onze Heer belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen), wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis en wees ons barmhartig; U bent onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk.” (Soera el-Baqarah, 286)

Een moslim die zich in alle omstandigheden naar God wendt, is een mooie en trouwe dienaar van God. Door de aard van zijn aardse beproeving, zal hij geen moeilijkheid tegenkomen die hij niet aankan. Moeilijkheden worden aan deze oprechte gelovige geschonken om hem mooier te maken, om hem nader bij God te brengen, om hem van achteloosheid te beschermen en om hem de oneindige schoonheden en zegeningen van het Paradijs te laten verdienen.

Iemand die deze moeilijkheden doormaakt, zal ook het Paradijs, waar hij de mooiste zegeningen voor eeuwig zal krijgen, kunnen waarderen zoals het hoort. Een persoon die op aarde met ellende en armoede beproefd is, zal zien dat hij in het Paradijs alles wat hij wil op het moment zelf, onafhankelijk van de redenen, kan krijgen en zijn dank, verbondenheid en nabijheid tot God zullen stijgen en hij zal de zegeningen van het Paradijs kunnen waarderen zoals het hoort. Een mens die op aarde geduld getoond heeft tegen zware ziekten, zal zien dat er in het Paradijs helemaal geen ziekten of gebreken zijn en zijn vreugde en dank voor zegeningen en zijn liefde voor God zullen uiteraard buitengewoon stijgen. Iemand die op aarde ten onrechte onderdrukt wordt, zal in de oneindig mooie en vreugdige omgeving van het Paradijs, in veiligheid en geluk bij Onze Almachtige God, ver van alle tekortkomingen en gebreken leven en hij zal het Paradijs vele malen mooier vinden. Bijvoorbeeld een gelovige die op aarde niet kan stappen vanwege een handicap, zal in het Paradijs lopen en zelfs vliegen zoals hij wil, hij zal leven zoals hij wil; een gelovige die op aarde blind is, zal de oneindige en volmaakte schoonheden van het Paradijs voor eeuwig met een scherpte waarmee niemand op aarde zag en met een grenzeloos genot bewonderen. Een gelovige die op aarde om een of andere reden een serieuze gebreken heeft aan zijn gezicht of aan andere delen van zijn lichaam, zal in het Paradijs met een oogverblindende schoonheid geschapen worden. Deze nieuwe schepping is zeer waardevol voor een gelovige die zijn oude toestand kent en geduld heeft getoond.
 

Het vergelijken van de moeilijke omstandigheden op aarde met het eeuwig leven in het Paradijs, is uiteraard een grote zegening voor de gelovigen. Dit aardse leven is een beproeving die zeer kort zal duren en slechts een plaats van tijdelijk genot. Degenen die, voor de goedkeuring door Onze Almachtige God, geduld tonen tijdens deze tijdelijke beproeving, voor God leven en zich bij al hun houdingen en gedragingen naar God wenden, zullen ongetwijfeld zowel in deze wereld als in het Hiernamaals vreugdevol zijn.

Dan zullen zij die geloven en goede werken verrichtten in een tuin gelukkig worden. (Soera ar-Roem, 15)